Latijnse liturgievieringen goed bezocht in Nederland

Het is dan wel een 'dode taal', maar onlangs haalde het Latijn weer de krantenkolommen. Een Vaticaanse instelling die zich inzet voor de instandhouding ervan luidde vorige maand de noodklok. En niemand minder dan de paus pleitte een dag later voor meer Latijn in de liturgie. Binnenkort verschijnt bovendien een nieuwe Latijnse editie van het 'Romeins missaal'. Reden genoeg voor 'Een-twee-een' om eens te rade te gaan bij de Vereniging voor Latijnse Liturgie, die zich in Nederland beijvert voor het behoud van Latijn binnen de liturgie. Conclusie: de Latijnse liturgie doet het hier goed.

Voorzitter C. Panetto van de Vaticaanse stichting Latinitas hekelde 21 februari jongstleden de gebrekkige scholing in het Latijn aan seminaries en universiteiten. Als voorbeeld van de dreigende teloorgang van het Latijn noemde hij het feit dat tijdens de jongste Bisschoppensynode nog maar één enkele bisschop zich in het Latijn tot zijn collega's richtte.

Terwijl de Vaticaanse stichting haar bezorgdheid kenbaar maakte, riep paus Johannes Paulus II op het gebruik van het Latijn in de Romeinse liturgie en in priesteropleidingen te bevorderen. De paus benadrukte dat het Latijn de officiële taal van de Kerk is. Hij noemde het gebruik van de taal een onmisbare voorwaarde voor een zuivere verhouding tussen de nieuwe tijd en de oudheid, voor een dialoog tussen de verschillende culturen en voor de bevestiging van de identiteit van het katholieke priesterschap. De paus deed zijn oproep tijdens de viering van de veertigste verjaardag van de apostolische constitutie Veterum Sapientia, waarin paus Johannes XXIII het Latijn een belangrijk deel van het erfgoed van de menselijke beschaving noemde.

'Dreiging afgewend'
Hoe is het in Nederland gesteld met het gebruik van het Latijn in de liturgie? Ton de la Porte is secretaris van de Vereniging voor Latijnse Liturgie (VvLL), die in 1967 werd opgericht met als doel het 'levend houden' van het Latijn en van de Latijnse kerkmuziek, het gregoriaans.

Het ijveren voor het behoud van Latijn in de liturgie mag volgens De la Porte niet worden opgevat als een verwerping van liturgie in de volkstaal. "Aan Nederlandstalige liturgie is geen gebrek en dat was eigenlijk vanaf het allereerste begin in de jaren zestig van de vorige eeuw al zo. Omdat daardoor het Latijn dreigde te verdwijnen uit de liturgie, is destijds de VvLL opgericht. Inmiddels lijkt die dreiging wel afgewend." Is hij het dan niet eens met de stichting Latinitas dat het slecht is gesteld met het Latijn? "Tot op zekere hoogte wel. Maar toch zien wij een kentering ten opzichte van een aantal jaren geleden. De aversie tegen het Latijn die wij vroeger bij sommige gelovigen en priesters wel aantroffen, is er nu nauwelijks meer. De nieuwe generatie priesters en diakens staat meestal onbevangen tegenover het Latijn. Ook in hun opleiding is wat dat betreft meer ruimte voor Latijn. Natuurlijk zou de kennis groter kunnen zijn, maar wie dat wil, kan zich met wat hulp van al dan niet aan de VvLL verbonden classici, dirigenten of koren verder bekwamen in het Latijn en het gregoriaans."

Belangstelling
De la Porte constateert dat er in Nederland geen gebrek is aan belangstelling voor Latijnse liturgie. Kerken met Latijnse missen worden goed bezocht. "Mensen komen vaak van ver weg. Hun overwegingen zijn vaak heel uiteenlopend. Veel gelovigen worden gegrepen door de sacraliteit en de mystiek van het Latijn. Er zijn mensen die komen omdat voor hen het gebruik van het Latijn duidelijk maakt dat de Rooms-Katholieke Kerk een universele Kerk is en omdat zij zich door het gebruik van die taal verbonden voelen met medegelovigen over de hele wereld die op dezelfde wijze en met dezelfde woorden hun geloof belijden. Maar er komen ook mensen speciaal voor de muziek of om nostalgische redenen.

'A- en B-missen'
De la Porte: "Wij onderscheiden zogenaamde A-missen en B-missen. Een A-mis is volledig in het Latijn, met uitzondering van de lezingen en/of de voorbeden. Ook de preek is uiteraard in het Nederlands. Van dergelijke missen zijn er niet zo heel veel meer, hoewel bijvoorbeeld in Groningen, Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Maastricht en enkele andere plaatsen nog elke zondag een volledig Latijnse mis wordt opgedragen. Een B-mis noemen wij een mis waarin het koor de vaste en de wisselende gezangen in het Latijn zingt en waarin de priester het Nederlands altaarmissaal gebruikt. In de praktijk wordt toch in veel zogenaamde B-missen meer Latijn gebruikt, omdat bijvoorbeeld ook de prefatie en/of het Onze Vader (het Pater noster) in het Latijn worden gezongen. Dergelijke missen komen nog betrekkelijk vaak voor. Daarnaast zijn er op verschillende plaatsen gezongen Latijnse vespers."

Bescheiden bestseller
De VvLL, die ongeveer 2.000 leden telt, ressorteert niet onder de bisschoppen. Er bestaan wel goede contacten tussen de VvLL enerzijds en bisschoppen en de Nationale Raad voor Liturgie (NRL) anderzijds. Zo heeft de vereniging een zondagsmissaal en een weekdagenmissaal uitgegeven in overleg met de NRL. Alle teksten van het 'nieuwe' missaal (dat oorspronkelijk dateert van 1970, in 1975 werd herzien en binnenkort in een nieuwe editie zal verschijnen) zijn daarin verzameld in het Latijn en in de officieel goedgekeurde Nederlandse vertaling. De la Porte: "Het argument dat veel gelovigen een Latijnse mis niet kunnen volgen, gaat dus maar zeer ten dele op. Wie in het missaal de Nederlandse tekst mee leest, weet precies wat er gebeurt." Met name het zondagsmissaal mag een bescheiden bestseller genoemd worden. Sinds de eerste druk uit 1980 zijn er minstens 15.000 exemplaren verkocht.

Misverstand
De la Porte wil tenslotte nog een wijdverbreid misverstand de wereld uit helpen. "Mensen denken vaak dat missen in het Latijn altijd de preconciliaire liturgie en daarmee het missaal uit 1962 volgen, dat in feite een gewijzigde druk is van het missaal uit 1570, vervaardigd in opdracht van het Concilie van Trente. Dat is echter niet zo. De VvLL werkt uitsluitend mee aan missen volgens de richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie en de uitwerkingen daarvan, zij het in het Latijn. Vaticanum II heeft het Latijn en het gregoriaans nooit afgeschaft, maar heeft uitsluitend bepaald dat daarnaast ook liturgievieringen in de volkstaal mochten plaatsvinden."

De komende jaren staat er heel wat te gebeuren. De nieuwe Latijnse editie van het Romeins missaal verschijnt binnenkort en zal te zijner tijd volgens de Vaticaanse instructie Liturgiam authenticam in het Nederlands worden vertaald. De la Porte: "Het Latijn is onveranderlijk, maar vertalingen moeten voldoen aan de eisen die er in deze tijd aan gesteld worden."

Bron: Een-twee-een, het officiële orgaan van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland, 22 maart 2002